Geschiedenis

Geschiedenis van het pand Boterdiep Oostzijde 3 en 4

Uit de collectie van de Historische Vereniging gem. Bedum (identificatienummer NL_HBED_0_100) (fragment)

Bekend is dat het pand aan het Boterdiep (toen nog Provinciale Grintweg) gebouwd is als zuivelfabriek met directeurswoning. Het woongedeelte was waarschijnlijk de straatzijde, de fabriek het achterste deel. In de loop van de jaren is er veel verbouwd aan het pand, zodat nu nog slechts een klein gedeelte van de originele indeling te herleiden is. Na het gebruik als fabriek is het pand een poos gebruikt als dubbel woonhuis, met aan de beide zijgevels een voordeur. Daarna is het één woning geworden met de voordeur in de zuidgevel.

Wanneer het bedrijfsgebouw voor de fouragehandel (nu nr. 4) precies is gebouwd is nog onduidelijk.

Met alle oude koopaktes, oude kaarten en informatie op het internet probeer ik hier de hele geschiedenis van het pand te ontrafelen.

1832 – Landbouwgrond

Volgens de kadastrale kaart van 1832 is de kavel van wat nu Boterdiep Oostzijde is nog onbebouwd, landbouwgrond. De enige brug over het Boterdiep is bij het gemeentehuis. Ook de kavel op de hoek van wat nu de Gele Klap is, is nog niet bebouwd.

De meest oostelijke bebouwing is de Walfriduskerk. De weg langs het Boterdiep is al wel aangegeven, evenals de huidige Schoolstraat, welke helemaal doorloopt tot Ellerhuizen. Het rood omkaderde perceel is bekend als Bedum C78, een weiland groot 22 are en 740 centiare. Eigenaar is Pieter Jacobs Doornbos, landbouwer.

1896 Kleine fabriekjes

Rond 1880 werden in Nederland de eerste, nog kleine, zuivelfabriekjes opgericht. Tot die tijd had de boterbereiding uitsluitend op de boerderij zelf plaatsgevonden. Geleidelijk breidde het aantal fabriekjes zich uit en een steeds groter deel van de melk werd in dergelijke bedrijven verwerkt. In 1895-1896 werd in Bedum een zuivelfabriekje opgericht, aan de ‘Provinciale Grindweg’.

1902 Oprichting Naamloze Vennootschap “Door allen voor allen”

In de Nederlansche Staatscourant van 10 maart 1902 is te lezen: Op heden, 22 februari 1902, compareerden voor mij, Arend Evenhuis, notaris binnen het arrondissement Groningen, ter standplaats Onderdendam, in tegenwoordigheid van na te noemen getuigen:

  1. de heer Dirk Christiaan Willem Meijer, landbouwer te Noordwolde, gemeente Bedum;
  2. de heer Aldert Jans Veldman, landbouwer, wonende te Ellerhuizen, gemeente Bedum;
  3. de heer Heijo ten Have, landbouwer, wonende te Westerdijkshorn, gemeente Bedum;
  4. de heer Ebertus Heeres, landbouwer, wonende aan den Wolddijk, gemeente Bedum;
  5. de heer Jan Tilma, steenfabrikant en landbouwer, wonende te Bedum, en
  6. de heer Douwe Schipper, zuivelfabrikant, wonende te Bedum;

en de comparanten sub i tot en met v genoemd voor zichzelf en tevens in hunne hoedanigheid van mondeling gemachtigde van (en dan volgen een 25-tal namen van Bedumers) . . . welke comparanten verklaarden voor zich en in hunne gemelde hoedanigheden, dat zij waren overeengekomen na te noemen naamlooze vennootschap op te richten, waarvan op een ontwerpakte de Koninklijke bewilliging is verleend bij Koninklijk besluit 7 februari 1902 . . . .

Art. 1. De vennootschap zal den naam dragen: De Bedumer zuivelfabriek “Door allen voor allen” en heeft ten doel het oprichten en exploiteeren van eene zuivelfabriek door verwerking en verkoop van melk en melkproducten.

1902 Grondaankoop

Volgens de koopacte van 1912 heeft de Naamlooze Vennootschap de Bedumer Zuivelfabriek “Door Allen Voor Allen” gevestigd te Bedum, de grond verkregen op 17 april 1902. Dit is dus minder dan een maand na oprichting de NV.

Een gebouw, waarin Stoomzuivelfabriek met woning, benevens het erf en den daarbij behoorenden grond, staande en gelegen aan den Provincialen grindweg bijlangs het Boterdiep te Bedum, kadastraal bekend gemeente Bedum Sectie K. nummer 492 groot acht aren en veertig centiaren. door de Naamlooze Vennootschap de Bedumer Zuivelfabriek “Door Allen Voor Allen” gevestigd te Bedum, verkregen wat den grond betreft bij koopacte verleden voor mij notaris den zevenden April negentienhonderd en twee, overgeschreven ten kantore der hypotheken te Appingedam den veertienden April daaropvolgende deel 505 nummer 41 en wat aangaande het gebouw door stichting.

1905 Kadastraal bekend

Op deze kadastrale kaart uit 1905 is het pand te zien boven de Z van Zuivelfabr. De panden tussen de zuivelfabriek en de vlasfabriek zijn nog niet aanwezig. Op deze kaart valt de enorme steenfabriek op tegenover het huidige tankstation en de begraafplaats ver buiten de dorpskern.

1910 Ansichtkaart

Op ansicht 15 is de nieuwe zuivelfabriek aan het Boterdiep Oostzijde te zien. De foto moet gemaakt zijn rond 1910, aangezien het bedrijfspand tussen nr. 3/4 en 5 nog niet is gebouwd.

(Groet uit BEDUM, Bedum in oude ansichten deel 2, Auteur F. Jonkman)

1912 Verkoop aan Piel en Bödeker

Op 23 december 1912 word vervolgens “Een gebouw, waarin Stoomzuivelfabriek met woning, benevens het erf en den daarbij behoorenden grond, staande en gelegen aan den Provincialen grindweg bijlangs het Boterdiep te Bedum, kadastraal bekend gemeente Bedum Sectie K. nummer 492 groot acht aren en veertig centiaren.” geveild in hotel ’t Gemeentehuis te Bedum. Verkoper is het Bestuur van de Naamlooze Vennootschap De Bedumer Zuivelfabriek “Door Allen Voor Allen”. Het bestuur bestaat uit:

  1. De heer Dirk Christiaan Willem Meijer (voorzitter), Lid van den Raad der Gemeente Bedum, overigens zonder beroep, wonende te Bedum.
  2. De heer Ebertus Heeres (secretaris), landbouwer, wonende onder Bedum.
  3. De heer Klaas Jacobs Bakker (penningmeester), zonder beroep, wonende te Bedum.
  4. De heer Jan Tilma, landeigenaar, wonende onder Bedum, en
  5. De heer Siert Wiersema, zonder beroep, wonende te Bedum,

Het besluit om de fabriek te verkopen is genomen op de Algemene Vergadering van aandeelhouders gehouden op 6 december 1912.

De kopers zijn de heer Derk Piel, kassier van de Coöperatieve Boerenleenbank te Bedum en de heer Friedrich Ludof Bödeker, brandmeester, wonende te Bedum.

Volgens de koopacte hoort de inventaris van de zuivelfabriek niet bij de koop;  “Uitbedongen wordt den geheelen inventaris van de Zuivelfabriek, zoodat al hetgeen geacht kan worden tot de fabriek te behoren, en hetgeen daarmede samenhangt, niet in den koop is begrepen.” 

1916 Uitkoop Piel

Op 7 februari 1916 komen de heren Bödeker en Piel volgens het afschrift van scheiding overeen dat het pand met de inventaris een waarde heeft van fl. 8000,- :

Een gebouw, waarin stoomzuivelfabriek en woning, benevens erf . . . . en zij daarna gemeenschappelijk, ieder voor de ongescheiden helft, op verschillende tijdstippen, den thans in gemeld gebouw zich bevindende en daarby behoorende inventaris hebben verkregen, welk een en ander samen, voor het geheel, door hen wordt gewaardeerd op 8.000 gulden, waarvan ieder de helft toekomt of 4.000 gulden.” Het deel van Piel wordt vervolgens door de heer Bödeker overgenomen voor fl. 4000,-.

1918 Verkoop aan Middelstum

Volgens de koopacte van 27 maart 1918 wordt verkocht voor fl. 14.015,-:

  1. Eene stoomzuivelfabriek met woning, erf en grond, aan den provincialen grintweg bijlangs het Boterdiep, te Bedum, kadastraal bekend gemeente Bedum, sectie K nummer 492, groot 8 aren, 45 centiaren, benevens alle daarin en op aanwezige of daarbij behorend machines, werktuigen, gereedschappen en verder inventaris, alleen uitgezonderd de korenmalerij, die de verkooper vóór na te noemen dag zal verwijderen.
  2. Een perceel land, groot ongeveer 6 aren aldaar, achter en ter breedte van perceel a, strekkende oostwaarts tot een aan verkooper verblijvenden uitweg, alles op den zuidkant en den oostkant van het verkochte aangewezen met stekken, door rechte lijnen te verbinden. Perceel b is een noordelijk deel  van het perceel kadastraal bekend gemeente Bedum, sectie K nummer 681.

Verkoper is de heer Bödeker, zuivelfabrikant wonende te Bedum. Koper is de Coöperatieve Zuivelfabriek te Middelstum. Het bestuur bestaat op dat moment uit de Heeren

  • Jacob Hessel Dethmers, landbouwer te Stitswerd,
  • Kornelis Jan Schuringa, landbouwer te Toornwerd,
  • Sieuwke Noordhof, landbouwer te Roodeschool onder Middelstum,
  • Jan Albert Ploegh, landbouwer te Onderdendam en
  • Jacob Boukema, landbouwer te Usquert.

1919 Grondaankoop

In de koopacte / eigendomsbewijs van 16 april 1919 wordt de aankoop van een laan of uitweg ten noorden van de zuivelfabriek beschreven. De Coöperatieve Zuivelfabriek te Middelstum koopt het stuk grond van de heer Willem Gerrit Hoeksema, rentenier, wonende te Bedum. Het stuk grond is 3 aren en 85 centiaren groot en de verkoopprijs is fl. 250,-.

1920 Middelstum

De zuivelfabriek ging in 1920 op in de veel grotere coöperatie in Middelstum. Al spoedig werd de fabriek in Middelstum te klein, waardoor er besloten werd een nieuwe fabriek te bouwen. Deze kwam in Bedum te staan, waar de fabriek via de weg, het water en het spoor een goede bereikbaarheid had.

Bij de oprichting van de grote coöperatieve zuivelfabriek aan de weg naar Onderdendam, in 1921, werd het bedrijfje aan het Boterdiep Oostzijde overgenomen.

1923 Verkoop aan Jan Datema

Volgens het afschrift veiling / eigendomsbewijs zijn de gebouwen en terreinen met uitweg van de vroegere zuivelfabriek te Bedum op 14 maart 1923 verkocht aan de heer J. Datema en echtgenote te Zuidwolde. Hij dreef hierin een graanmalerij en veevoederhandel. Waarschijnlijk was deze handel niet in de voormalige zuivelfabriek met woning, maar in het bedrijfspand ernaast.

1950

In de eigendomsacte van 24 februari 1950 wordt het eigendom beschreven van het onroerende goed naar aanleiding van het overlijden van Willemina Niehof, de echtgenote van Jan Datema.

1954 – Verkoop grond aan provincie en gemeente

In de koopacte van 2 februari 1954 word door de heer Jan Datema, fouragehandelaar te Bedum, een stuk grond verkocht aan de provincie Groningen. Het betreft ongeveer 25 en 85 centiare grond, het westelijke deel van 2 kadastrale kavels, dus de straatzijde. Dit in verband met de noodzakelijke verbreding van de openbare weg.

De koopprijs is in totaal fl. 680,-, “zijnde 250 gulden voor de grond en 420 gulden voor bijkomstige eigendomsschaden, terwijl de verkoper door de koopster tevens nog wordt uitbetaald 326 gulden als vergoeding voor door verkoper te maken kosten in verband met de verhoging van de verharde oprit naar de schuur van verkoper . . .” 

In de acte wordt verder bedongen dat  “De met klinkers verharde oprit, toegang gevende naar de schuur, . . .  zal op een afstand van 2,5 meter uit de voorkant van de gevel, op kosten van de provincie, tot maximaal 35 cm worden opgehoogd. Ook is de provincie verplicht  “ter afscheiding . . . een afrastering aan te brengen, bestaande uit penanten van metselwerk, et daartussen twee gegalvaniseerde ijzeren buizen en een voetmuurtje van metselwerk.” Deze afscheiding is nog steeds aanwezig, net als bij een aantal andere kavels aan dezelfde weg. Waarschijnlijk zijn dezelfde koopvoorwaarden bij meerdere kavels gebruikt.

In de koopacte van 28 juni 1954 wordt de verkoop van twee stukken grond beschreven voor de ontsluiting van de Professorenbuurt door de aanleg van de Prof. Ridderbosstraat.

De heer Jan Datema, zonder beroep, wonende te Bedum, Boterdiep OZ 4 verkoopt de stukken grond aan de gemeente Bedum voor fl. 1.410,-. Het betreft 2 gedeelten:

a. Een perceel weg, en een perceel tuin, aan het Boterdiep Oostzijde te Bedum, kadastraal bekend gemeente Bedum, sectie K nummer 682, groot 3 are, 85 centiare, en 778, groot 5 are, 95 centiare, met uitzondering van een gedeelte van plus minus 25 centiare van gemeld nummer 682, dat bereids door de verkoper is verkocht aan de provincie Groningen . . .

b. Een Noordelijk gedeelte van het kadastraal perceel, gemeente Bedum, sectie K nummer 492, geheel groot 8 are, 45 centiare, grenzend aan gemeld kadastraal nummer 682, ter breedte van plusminus 2 meter, 75 centimeter, en over de gehele diepte van gemeld perceel, nummer 492, echter met uitzondering van een gedeelte ter grootte van plusminus 5 centiare van het bij deze verkochte gedeelte van gemeld, nummer 492, dat aan de Provincie Groningen is verkocht . . .

In de koopacte is sprake van een aangehecht kaartje waarin het verkochte deel schetsmatig is aangegeven. Dit kaartje ontbreekt echter in de originele acte.

Verder wordt nog vermeld: “De overdracht van vorenbedoelde grond, gelegen in het uitbreidingsplan der gemeente Bedum, geschiedt in het belang der Volkshuisvesting.” En: “De gemeente Bedum is verplicht op haar kosten een afscheiding te maken tussen het verkochte en onverkochte gedeelte van gemeld perceel . . .”  Deze afscheiding is (nog steeds) gelijk aan die aan de voorgevel en is waarschijnlijk in één keer aangebracht.

1959

Op 29 mei 1959 overleed de heer Jan Datema, kinderloos. In verband hiermee wordt volgens de acte / bewijs van eigendom van 24 juni 1959 wordt via een publieke veiling verkocht het pakhuis (ongenummerd) en het dubbel woonhuis (Boterdiep Oostzijde 3 en 4) te Bedum. De nieuwe eigenaar is de heer J. van Dijk, bankwerker te Bedum.